Abiotisch # Kern Niet-levende kenmerken en onderdelen van de omgeving, zoals temperatuur, water, licht, bodem, zoutgehalte en zuurgraad. Abiotische factoren kunnen als omstandigheid of als hulpbron werken. Temperatuur wordt bijvoorbeeld ervaren, terwijl water of mineralen door organismen worden opgenomen en daardoor minder beschikbaar kunnen worden. Komt aan bod in Wat een organisme nodig heeft — en wat het kan verdragen; Wat is een ecosysteem? Verwante begrippen Biotisch omstandigheid hulpbron
Abiotische factoren # Kern Niet-levende kenmerken en onderdelen van de omgeving, zoals temperatuur, water, licht, bodem, zoutgehalte en zuurgraad. Abiotische factoren kunnen als omstandigheid of als hulpbron werken. Temperatuur wordt bijvoorbeeld ervaren, terwijl water of mineralen door organismen worden opgenomen en daardoor minder beschikbaar kunnen worden. Komt aan bod in Wat een organisme nodig heeft — en wat het kan verdragen; Wat is een ecosysteem? Verwante begrippen Abiotisch Biotisch omstandigheid hulpbron
Acclimatisatie # Verdieping Een omkeerbare aanpassing van een individu aan veranderde omstandigheden tijdens zijn eigen leven. Acclimatisatie is geen evolutionaire verandering. Een plant kan bijvoorbeeld haar bladbouw of stofwisseling aanpassen aan meer licht, droogte of een hogere CO₂-concentratie, zonder dat haar erfelijke eigenschappen veranderen. Komt aan bod in Wat een organisme nodig heeft — en wat het kan verdragen; Koolstofdioxide en fotosynthese Verwante begrippen Adaptatie tolerantiecurve optimum
Adaptatie (evolutionaire aanpassing) # Kern Een erfelijke eigenschap die door natuurlijke selectie is ontstaan en het functioneren in bepaalde omstandigheden bevordert. In gewone taal betekent aanpassen vaak iedere reactie op de omgeving. Ecologisch is het nuttig onderscheid te maken tussen adaptatie door evolutie en acclimatisatie van één individu. Komt aan bod in Wat een organisme nodig heeft — en wat het kan verdragen; Klimaat en biomen Verwante begrippen Acclimatisatie natuurlijke selectie specialist
Ademhaling # Kern Het vrijmaken van bruikbare energie uit organische stoffen; dit gebeurt ook in planten. Bij aerobe ademhaling wordt meestal zuurstof gebruikt en komt koolstofdioxide vrij. Fotosynthese legt energie en koolstof vast; ademhaling maakt een deel daarvan weer beschikbaar voor onderhoud, groei en activiteit. Komt aan bod in Licht als hulpbron; Koolstofdioxide en fotosynthese Verwante begrippen Fotosynthese organische stof koolstofkringloop
Afbraak # Kern Het omzetten van dood organisch materiaal in kleinere en eenvoudiger stoffen. Afbraak wordt uitgevoerd door afbrekers en detritivoren en wordt beïnvloed door onder meer temperatuur, vocht en zuurstof. Daarbij komen mineralen en koolstof opnieuw beschikbaar voor andere processen. Komt aan bod in Heterotrofen — voedsel als hulpbron; Klimaat en biomen Verwante begrippen Afbreker detritus kringloop
Afbreker (decomposer) # Kern Een bacterie, schimmel of ander organisme dat dood organisch materiaal chemisch afbreekt en de vrijgekomen stoffen opneemt. Afbrekers eten dood materiaal niet altijd in herkenbare stukjes, maar scheiden enzymen uit en nemen opgeloste afbraakproducten op. Daarmee verschillen ze van veel detritivoren. Komt aan bod in Heterotrofen — voedsel als hulpbron; Het voedselweb Verwante begrippen Detritivoor detritus afbraak
Alternatieve stabiele toestand # Verdieping Een van meerdere toestanden waarin hetzelfde ecosysteem onder vergelijkbare externe omstandigheden langdurig kan blijven bestaan. Een ondiepe plas kan bijvoorbeeld helder en plantenrijk zijn of troebel en algenrijk. Interne terugkoppelingen houden beide toestanden in stand, waardoor herstel niet simpelweg de omgekeerde route van achteruitgang volgt. Komt aan bod in Helder en troebel water; Stabiliteit en veerkracht Verwante begrippen Hysterese omslagpunt positieve terugkoppeling
Anorganische stof # Verdieping Een eenvoudige stof die niet is opgebouwd als organisch koolstofskelet, zoals water, koolstofdioxide en minerale ionen. Autotrofen gebruiken anorganische stoffen om organische stof op te bouwen. De grens tussen organisch en anorganisch is chemisch bepaald en zegt niet automatisch of een stof wel of niet uit de natuur afkomstig is. Komt aan bod in Wat een organisme nodig heeft — en wat het kan verdragen; Koolstofdioxide en fotosynthese Verwante begrippen Organische stof autotroof mineraal
Archaea # Context Een domein van eencellige micro-organismen zonder celkern, evolutionair verschillend van bacteriën. Archaea komen niet alleen in extreme milieus voor, maar ook in bodems, oceanen en het darmstelsel van dieren. Veel soorten gebruiken stofwisselingsroutes die ecologisch belangrijk zijn in onder meer koolstof- en stikstofkringlopen. Komt aan bod in Heterotrofen — voedsel als hulpbron; Concurrentie om hulpbronnen Verwante begrippen Heterotroof afbraak voedingsstof
ATP # Context Een energiedragend molecuul waarmee cellen energie tijdelijk opslaan en direct beschikbaar maken voor processen. ATP staat voor adenosinetrifosfaat. Fosfor maakt deel uit van het molecuul. Wanneer een fosfaatgroep wordt afgesplitst, kan energie beschikbaar komen voor onder meer transport, opbouw van stoffen en andere celprocessen. Komt aan bod in Mineralen voor planten Verwante begrippen Fosfor ademhaling fotosynthese
Autotroof # Kern Een organisme dat organische stoffen opbouwt uit anorganische grondstoffen, meestal met behulp van lichtenergie. Groene planten, algen en cyanobacteriën zijn fotosynthetische autotrofen. Zij vormen de basis van veel voedselwebben doordat zij energie en koolstof vastleggen in biomassa. Komt aan bod in Wat een organisme nodig heeft — en wat het kan verdragen; Heterotrofen — voedsel als hulpbron Verwante begrippen Producent fotosynthese heterotroof
Basisch # Context Een chemische toestand met een pH hoger dan 7; het tegenovergestelde van zuur. De pH beïnvloedt welke chemische vormen van voedingsstoffen in bodem of water aanwezig zijn. In kalkrijke, basische bodems kunnen bijvoorbeeld ijzer en fosfor slecht opneembaar worden, ook wanneer ze wel in de bodem aanwezig zijn. Komt aan bod in Mineralen voor planten Verwante begrippen Zuurgraad (pH) mineraal beperkende factor
Begrazing # Kern Het eten van delen van levende organismen, meestal planten of algen, zonder het hele organisme direct te doden. Begrazing valt in de brede ecologische betekenis onder predatie. De gevolgen lopen uiteen van lichte weefselschade tot grote veranderingen in vegetatie, voedselweb en successie. Komt aan bod in Eten of gegeten worden; Natuur is altijd in beweging Verwante begrippen Predatie grazer prooi
Beperkende factor # Kern De factor die op een bepaald moment de sterkste grens stelt aan groei, productie of voortplanting. Meer van één hulpbron helpt alleen zolang juist die hulpbron beperkend is. Bij extra licht kan bijvoorbeeld water, stikstof, fosfor of koolstofdioxide de nieuwe grens worden. Komt aan bod in Licht als hulpbron; Mineralen voor planten; Koolstofdioxide en fotosynthese Verwante begrippen Hulpbron optimum productiviteit
Biodiversiteit # Kern De verscheidenheid aan leven, van genetische verschillen tot soorten, functies en ecosystemen. Biodiversiteit is meer dan het tellen van soorten. Ook de verdeling van aantallen, functionele verschillen en variatie binnen soorten bepalen hoe een systeem werkt en op veranderingen reageert. Komt aan bod in Wat is Ecologie?; Klimaat en biomen; Stabiliteit en veerkracht Verwante begrippen Soort responsdiversiteit stabiliteit
Biofilm # Context Een laag van micro-organismen die aan een oppervlak leeft en vaak is ingebed in een zelfgevormde slijmlaag. In een biofilm liggen cellen niet allemaal onder dezelfde omstandigheden. Cellen aan de buitenzijde kunnen bijvoorbeeld eerder zuurstof of voedingsstoffen onderscheppen dan cellen dieper in de laag, waardoor ook op microschaal concurrentie ontstaat. Komt aan bod in Concurrentie om hulpbronnen Verwante begrippen Concurrentie (competitie) hulpbron micro-organisme
Biomanipulatie # Verdieping Het doelgericht veranderen van een voedselweb om een ecosysteem in een gewenste richting te laten bewegen. Bij ondiepe plassen kan het verminderen van brasem of andere planktivore vis de watervlooien laten toenemen, waardoor algen sterker worden begraasd. Zonder lagere nutriëntenbelasting is het effect vaak tijdelijk. Komt aan bod in Helder en troebel water Verwante begrippen Trofische cascade top-downsturing herstel
Biomassa # Kern De totale hoeveelheid levend organisch materiaal in een organisme, populatie, trofisch niveau of gebied. Biomassa kan worden uitgedrukt als versgewicht, drooggewicht of hoeveelheid koolstof per oppervlakte of volume. Veel biomassa betekent niet automatisch veel soorten of hoge productie. Komt aan bod in Heterotrofen — voedsel als hulpbron; Het voedselweb; Sleutelsoorten Verwante begrippen Productiviteit primaire productie biodiversiteit
Bioom # Kern Een zeer groot ecologisch gebiedstype, vooral herkenbaar aan klimaat en dominante vegetatiestructuur. Een bioom is geen afzonderlijk ecosysteem en bestaat op verschillende continenten niet uit dezelfde soorten. Tropische regenwouden delen bijvoorbeeld een klimaat en vegetatieopbouw, maar verschillen sterk in soortensamenstelling. Komt aan bod in Klimaat en biomen Verwante begrippen Klimaat ecosysteem landschap
Biotisch # Kern Levend of afkomstig van levende organismen, zoals voedsel, concurrenten, predatoren, parasieten en partners. Biotische factoren zijn de levende relaties en hulpbronnen waarmee een organisme te maken krijgt. Zij werken altijd samen met abiotische omstandigheden. Komt aan bod in Wat een organisme nodig heeft — en wat het kan verdragen; Wat is een ecosysteem? Verwante begrippen Abiotisch interactie voedselweb
Biotoop # Verdieping Een ruimtelijk gebied met samenhangende omgevingscondities dat leefruimte biedt aan een bepaalde levensgemeenschap. Biotoop wordt in het dagelijks gebruik vaak als leefgebied gebruikt. Het accent ligt op de plek en haar abiotische kenmerken; habitat bekijkt de plek vanuit één soort, terwijl ecotoop een landschappelijke eenheid aanduidt. Komt aan bod in Aanvullend onderscheid bij Habitat en ecologische niche Verwante begrippen Habitat ecotoop levensgemeenschap
Bottom-upsturing # Verdieping Invloed die vanuit hulpbronnen en producenten omhoog door een voedselweb werkt. Licht, water en voedingsstoffen bepalen hoeveel primaire productie mogelijk is. Veranderingen onderaan het web kunnen daardoor de aantallen planteneters en predatoren beïnvloeden. Komt aan bod in Wat bepaalt de verhoudingen in een ecosysteem? Verwante begrippen Top-downsturing primaire productie nutriënt
C3-plant # Context Een plant die koolstofdioxide vastlegt via de meest voorkomende fotosyntheseroute, met een verbinding van drie koolstofatomen als eerste stabiele product. C3-planten presteren vaak goed bij gematigde temperaturen en voldoende water. Bij warmte en droogte kan fotorespiratie de efficiëntie verlagen. Komt aan bod in Water als hulpbron; Koolstofdioxide en fotosynthese Verwante begrippen C4-plant CAM-plant fotosynthese
C4-plant # Context Een plant die koolstofdioxide eerst vastlegt in een verbinding met vier koolstofatomen en het daarna concentreert rond het fotosynthese-enzym. Deze route kost extra energie, maar is vaak voordelig bij hoge temperatuur, veel licht en beperkte waterbeschikbaarheid. Voorbeelden zijn maïs en veel tropische grassen. Komt aan bod in Water als hulpbron; Koolstofdioxide en fotosynthese Verwante begrippen C3-plant CAM-plant huidmondje
CAM-plant # Context Een plant die koolstofdioxide vooral ’s nachts opneemt en tijdelijk opslaat om overdag waterverlies te beperken. CAM is een strategie voor zeer droge omstandigheden. De huidmondjes blijven overdag grotendeels gesloten, maar de maximale groeisnelheid is doorgaans lager. Komt aan bod in Water als hulpbron; Koolstofdioxide en fotosynthese Verwante begrippen C3-plant C4-plant acclimatisatie
Chlorofyl # Context Een groen pigment dat lichtenergie opvangt voor fotosynthese. Chlorofyl absorbeert vooral rood en blauw licht. De hoeveelheid en verdeling ervan verschillen tussen soorten, bladeren en groeicondities. Komt aan bod in Licht als hulpbron; Mineralen voor planten Verwante begrippen Fotosynthese licht stikstof
Co-existentie # Verdieping Het duurzaam naast elkaar voorkomen van verschillende soorten in dezelfde gemeenschap. Co-existentie wordt mogelijk wanneer soorten voldoende verschillen in hulpbronnen, ruimte, tijd of gevoeligheid voor vijanden en verstoringen. Het betekent niet dat er geen concurrentie is. Komt aan bod in Concurrentie tussen soorten; Samenleven in een gemeenschap Verwante begrippen Nicheverdeling competitieve uitsluiting gemeenschap
Competitieve uitsluiting # Verdieping Het principe dat twee soorten niet duurzaam exact dezelfde niche kunnen bezetten wanneer dezelfde hulpbron blijvend beperkt is. In echte natuur is de uitkomst vaak minder strak, omdat omstandigheden, verspreiding, predatie en verstoring veranderen. Soorten kunnen ook naast elkaar blijven bestaan door nicheverschillen. Komt aan bod in Concurrentie tussen soorten; Concurrentie om hulpbronnen Verwante begrippen Co-existentie niche-overlap gerealiseerde niche
Concurrentie (competitie) # Kern Een negatieve interactie waarbij organismen elkaar beperken doordat zij dezelfde schaarse hulpbron gebruiken of elkaar direct hinderen. Voor publieksgerichte Ecotoop-tekst is concurrentie de voorkeursvorm. Competitie kan in specialistische samenstellingen worden gebruikt. Niet iedere negatieve relatie is concurrentie: de gedeelde hulpbron moet een rol spelen. Komt aan bod in Concurrentie om hulpbronnen; Concurrentie binnen één soort; Concurrentie tussen soorten Verwante begrippen Exploitatieconcurrentie interferentieconcurrentie hulpbron
Consument # Kern Een organisme dat energie en bouwstoffen verkrijgt door organisch materiaal van andere organismen te gebruiken. Consumenten omvatten planteneters, predatoren, parasieten, detritivoren en veel micro-organismen. Ze vormen verschillende schakels in voedselwebben. Komt aan bod in Heterotrofen — voedsel als hulpbron; Het voedselweb Verwante begrippen Heterotroof producent trofisch niveau
Contest competition # Verdieping Concurrentie waarbij sommige individuen voldoende van een hulpbron bemachtigen terwijl andere weinig of niets krijgen. Dominante dieren kunnen voedsel, ruimte of partners monopoliseren en grote planten kunnen licht en bodemruimte sterk naar zich toe trekken. De gevolgen van schaarste zijn daardoor ongelijk over individuen verdeeld. Komt aan bod in Concurrentie binnen één soort Verwante begrippen Scramble competition Interferentiecompetitie Concurrentie (competitie)
Corioliseffect # Context De schijnbare afbuiging van bewegende lucht en water door de draaiing van de aarde. Op het noordelijk halfrond buigt beweging naar rechts af en op het zuidelijk halfrond naar links. Het effect helpt wereldwijde wind- en oceaanstromingen vormgeven. Komt aan bod in Klimaat en biomen Verwante begrippen Klimaat oceaanstroming atmosferische circulatie
Detritivoor # Verdieping Een dier dat dood organisch materiaal en de daarop levende micro-organismen opeet. Regenwormen, pissebedden en veel bodemdieren verkleinen en mengen detritus. Zij verschillen van afbrekers, die materiaal vooral chemisch buiten hun lichaam afbreken. Komt aan bod in Heterotrofen — voedsel als hulpbron; Het voedselweb Verwante begrippen Afbreker detritus consument
Detritus # Kern Dood organisch materiaal, zoals bladresten, uitwerpselen, afgestorven organismen en fijne organische deeltjes. Detritus vormt de basis van een omvangrijk afbraakpad in vrijwel ieder voedselweb. Het is geen waardeloos afval, maar opgeslagen energie en materiaal. Komt aan bod in Heterotrofen — voedsel als hulpbron; Het voedselweb Verwante begrippen Detritivoor afbreker organische stof
Dichtheid # Kern Het aantal individuen van een populatie per oppervlakte, volume of andere gekozen ruimtelijke eenheid. Dichtheid zegt iets anders dan populatiegrootte. Honderd vissen in een vijver vormen een andere dichtheid dan honderd vissen in een groot meer. Komt aan bod in Wat is een populatie?; Hoe populaties groeien Verwante begrippen Populatiegrootte schaal dichtheidsafhankelijkheid
Dichtheidsafhankelijkheid # Kern Een proces waarvan de sterkte verandert met de dichtheid van een populatie. Concurrentie, ziekteoverdracht en soms predatie worden vaak sterker bij hoge dichtheid. Organismen reageren niet op het getal zelf, maar op gevolgen als minder voedsel, minder ruimte of meer contact. Komt aan bod in Concurrentie binnen één soort; Hoe populaties groeien Verwante begrippen Dichtheid draagkracht logistische groei
Diffusie # Context De netto verplaatsing van deeltjes van een hoge naar een lage concentratie. Koolstofdioxide diffundeert via huidmondjes het blad in, terwijl waterdamp naar buiten beweegt. Diffusie kost geen actieve pomp, maar wordt gestuurd door concentratieverschillen. Komt aan bod in Water als hulpbron; Koolstofdioxide en fotosynthese Verwante begrippen Huidmondje koolstofdioxide waterverlies
Dispersie # Verdieping De verplaatsing van individuen of verspreidingsstadia waardoor zij een andere plek of populatie kunnen bereiken. Dispersie omvat meer dan dagelijkse beweging. Het gaat om verplaatsing met gevolgen voor verspreiding, kolonisatie, immigratie of emigratie. Komt aan bod in Geboorte, sterfte en verplaatsing; Wat is een populatie? Verwante begrippen Immigratie emigratie kolonisatie
Draagkracht # Kern De populatiegrootte die een omgeving onder bepaalde omstandigheden op langere termijn kan ondersteunen. Draagkracht is geen vast getal. Zij verandert met seizoenen, hulpbronnen, ruimte, predatie, ziekte, beheer en de eisen die individuen aan hun omgeving stellen. Komt aan bod in Hoe populaties groeien Verwante begrippen Logistische groei dichtheidsafhankelijkheid hulpbron
Dynamisch evenwicht # Verdieping Een toestand die gemiddeld herkenbaar blijft terwijl aantallen, stromen en relaties voortdurend veranderen. Een ecosysteem hoeft niet stil te staan om stabiel te zijn. Geboorte en sterfte, productie en afbraak of aanvoer en verlies kunnen elkaar gemiddeld compenseren. Komt aan bod in Geboorte, sterfte en verplaatsing; Stabiliteit en veerkracht Verwante begrippen Stabiliteit terugkoppeling populatiedynamiek
Ecologie # Kern De wetenschap van organismen, hun verspreiding en aantallen, hun onderlinge relaties en hun wisselwerking met energie, materie en omgeving. Ecologie onderzoekt niet alleen losse soorten, maar vooral verbanden en processen op verschillende schalen: van individu en populatie tot gemeenschap, ecosysteem en biosfeer. Komt aan bod in Wat is Ecologie? Verwante begrippen Organisme populatie ecosysteem
Ecologische niche # Kern De combinatie van omstandigheden, hulpbronnen en relaties waarbinnen een organisme kan overleven, groeien en zich voortplanten. Een niche is geen plaats. Zij beschrijft hoe een soort leeft en welke grenzen en afhankelijkheden daarbij horen. De niche heeft veel dimensies, waaronder temperatuur, voedsel, ruimte, tijd, vijanden en partners. Komt aan bod in Habitat en ecologische niche; Concurrentie tussen soorten Verwante begrippen Habitat fundamentele niche gerealiseerde niche
Ecologische stoichiometrie # Verdieping De studie van de verhoudingen tussen chemische elementen in organismen, voedsel en ecosystemen. Ecologische stoichiometrie kijkt bijvoorbeeld naar verhoudingen tussen koolstof, stikstof en fosfor. Een voedselbron kan veel energie bevatten maar toch van lage kwaliteit zijn wanneer een noodzakelijk element relatief schaars is. Komt aan bod in Heterotrofen — voedsel als hulpbron Verwante begrippen Koolstof-stikstofverhouding (C:N) voedingsstof beperkende factor
Ecologische toestand (regime) # Verdieping Een herkenbare samenhang van soorten, processen en omstandigheden waarin een ecosysteem gedurende enige tijd functioneert. Een toestand kan relatief stabiel zijn zonder onveranderlijk te zijn. Bij een omslag kan het systeem in een ander regime terechtkomen, met nieuwe terugkoppelingen en verhoudingen. Komt aan bod in Helder en troebel water; Stabiliteit en veerkracht Verwante begrippen Alternatieve stabiele toestand omslagpunt stabiliteit
Ecosysteem # Kern Een functionerend geheel van organismen en hun niet-levende omgeving, verbonden door energiestromen en kringlopen van materie. Een ecosysteem is geen afgesloten doos. Water, organismen, stoffen en energie bewegen voortdurend over grenzen heen. De afbakening hangt af van de vraag en schaal waarop we kijken. Komt aan bod in Wat is een ecosysteem? Verwante begrippen Gemeenschap ecotoop energiestroom
Ecotoop # Kern Een ruimtelijk herkenbare, relatief homogene ecologische eenheid binnen een landschap. Bij een ecotoop komen plaats, abiotische omstandigheden, vegetatie en gebruik of beheer samen. De precieze definitie verschilt per vakgebied. Als naam verwijst Ecotoop passend naar een concrete plek waar leven en omgeving één samenhang vormen. Komt aan bod in Aanvullend onderscheid bij Wat is een ecosysteem? en Habitat en ecologische niche Verwante begrippen Biotoop habitat ecosysteem landschap
Emigratie # Kern Het vertrek van individuen uit een populatie of afgebakend gebied. Emigratie verlaagt het lokale aantal, maar de individuen zijn niet noodzakelijk gestorven. Voor open populaties is onderscheid tussen vertrek en sterfte belangrijk. Komt aan bod in Geboorte, sterfte en verplaatsing Verwante begrippen Immigratie dispersie open populatie
Energiestroom # Kern De verplaatsing en omzetting van energie door een ecosysteem, van zonlicht of chemische bronnen naar organismen en warmte. Energie stroomt in één richting en wordt bij iedere omzetting gedeeltelijk als warmte verspreid. Zij wordt dus niet eindeloos gerecycled zoals veel stoffen. Komt aan bod in Wat is een ecosysteem?; Het voedselweb Verwante begrippen Producent trofisch niveau materiestroom
Estuarium # Context Een overgangsgebied waar rivierwater en zeewater elkaar ontmoeten en mengen. In een estuarium veranderen zoutgehalte, stroming, getij en sediment voortdurend. Door de aanvoer van water, voedingsstoffen en organisch materiaal zijn estuaria dynamische overgangssystemen tussen land, rivier en zee. Komt aan bod in Klimaat en biomen Verwante begrippen Waterkolom sedimentatie ecosysteem
Eutrofiëring # Verdieping Het voedselrijker worden van water of bodem, vooral door extra stikstof en fosfor. In water kan eutrofiëring algengroei, troebelheid, zuurstoftekort en verlies van waterplanten versterken. Het begrip zegt iets over verrijking, niet automatisch over één vaste uitkomst. Komt aan bod in Helder en troebel water Verwante begrippen Nutriënt algen troebelwatertoestand
Exploitatiecompetitie # Verdieping Indirecte concurrentie waarbij organismen dezelfde schaarse hulpbron gebruiken en zo minder voor elkaar overlaten. De concurrenten hoeven elkaar niet te ontmoeten. Een plant die water opneemt, een rups die blad eet of een bacterie die een opgeloste voedingsstof gebruikt, verkleint simpelweg de hoeveelheid die voor andere organismen beschikbaar blijft. Komt aan bod in Concurrentie om hulpbronnen Verwante begrippen Concurrentie (competitie) Interferentiecompetitie hulpbron
Exploitatieconcurrentie # Verdieping Indirecte concurrentie waarbij organismen dezelfde hulpbron gebruiken en daardoor minder voor elkaar overlaten. De concurrenten hoeven elkaar niet te ontmoeten. Een plant die water opneemt of licht onderschept kan een buur benadelen zonder direct contact. Komt aan bod in Concurrentie om hulpbronnen; Concurrentie binnen één soort; Concurrentie tussen soorten Verwante begrippen Interferentieconcurrentie hulpbron uitputtingszone
Exponentiële groei # Kern Groei waarbij een populatie per tijdseenheid met een vaste verhouding toeneemt. Omdat steeds meer individuen zich kunnen voortplanten, versnelt de absolute toename. Exponentiële groei is meestal tijdelijk, omdat hulpbronnen en ruimte uiteindelijk begrenzen. Komt aan bod in Hoe populaties groeien Verwante begrippen Intrinsieke groeisnelheid logistische groei draagkracht
Extremofiel # Context Een organisme dat optimaal kan leven onder omstandigheden die voor de meeste organismen extreem zijn. Extremofielen leven bijvoorbeeld bij zeer hoge temperatuur, hoge zoutconcentratie, sterke zuurgraad of zonder zuurstof. Zij laten zien dat leefbaarheid afhangt van het organisme. Komt aan bod in Wat een organisme nodig heeft — en wat het kan verdragen Verwante begrippen Tolerantiecurve optimum adaptatie
Fosfor # Context Een essentieel element voor onder meer DNA, membranen en energiedragende moleculen. Fosfaat is vaak weinig mobiel in de bodem en kan sterk aan bodemdeeltjes binden. In zoet water is fosfor vaak een belangrijke beperkende voedingsstof en een factor bij eutrofiëring. Komt aan bod in Mineralen voor planten; Helder en troebel water Verwante begrippen Nutriënt stikstof beperkende factor
Fotoinhibitie # Context Schade of remming van fotosynthese wanneer een plant meer licht opvangt dan zij veilig kan verwerken. Fotoinhibitie ontstaat vooral bij fel licht in combinatie met andere stress, zoals kou of droogte. Planten kunnen overtollige energie deels als warmte afvoeren. Komt aan bod in Licht als hulpbron Verwante begrippen Lichtverzadigingspunt zonplant stress
Fotosynthese # Kern Het proces waarbij lichtenergie wordt gebruikt om koolstofdioxide en water om te zetten in energierijke organische stoffen. Bij zuurstofvormende fotosynthese komt zuurstof uit water vrij. De gevormde stoffen leveren bouwmateriaal en energie voor de producent en uiteindelijk voor het voedselweb. Komt aan bod in Licht als hulpbron; Water als hulpbron; Koolstofdioxide en fotosynthese Verwante begrippen Autotroof chlorofyl ademhaling
Fundamentele niche # Verdieping Alle omstandigheden en hulpbronnen waarbinnen een soort in theorie kan bestaan zonder beperkende invloed van andere soorten. De fundamentele niche is een denkmodel. In de natuur wordt het werkelijk gebruikte deel meestal kleiner door concurrentie, predatie, parasitisme en andere relaties. Komt aan bod in Habitat en ecologische niche; Concurrentie tussen soorten Verwante begrippen Gerealiseerde niche ecologische niche concurrentie
Gastheer # Kern Een organisme waarop of waarin een parasiet leeft en waaruit die voedsel of andere voordelen haalt. De gastheer wordt meestal niet direct gedood, maar kan wel minder groeien, overleven of voortplanten. Ook ziekteverwekkers en symbionten kunnen aan een gastheer gebonden zijn. Komt aan bod in Heterotrofen — voedsel als hulpbron; Eten of gegeten worden Verwante begrippen Parasiet parasitisme ziekteverwekker
Geboorte # Kern De toevoeging van nieuwe individuen aan een populatie door voortplanting. Bij planten en veel ongewervelden kan “geboorte” ook staan voor kieming, uitkomen of het ontstaan van een zelfstandig individu. Voor populatieanalyse gaat het om instroom door voortplanting. Komt aan bod in Geboorte, sterfte en verplaatsing Verwante begrippen Sterfte immigratie populatiegroei
Gelaagdheid # Context De vorming van water- of luchtlagen die door verschillen in dichtheid weinig mengen. In meren en oceanen kunnen temperatuur en zoutgehalte lagen vormen. Daardoor kunnen licht, zuurstof en voedingsstoffen ongelijk over de waterkolom worden verdeeld. Komt aan bod in Klimaat en biomen; Helder en troebel water Verwante begrippen Waterkolom opwelling zuurstofloos
Gemeenschap # Kern Alle populaties van verschillende soorten die op een bepaalde plek en tijd samen voorkomen en elkaar kunnen beïnvloeden. Een gemeenschap omvat de levende component van een ecosysteem. De term levensgemeenschap kan als toegankelijk synoniem worden gebruikt, maar gemeenschap is de kortste voorkeursvorm. Komt aan bod in Samenleven in een gemeenschap; Wat is een ecosysteem? Verwante begrippen Populatie ecosysteem levensgemeenschap
Generalist # Verdieping Een soort die een relatief breed bereik aan hulpbronnen of omstandigheden kan gebruiken. Generalisten zijn vaak flexibel, maar niet overal de beste concurrent. De tegenstelling met specialist is gradueel en kan verschillen per levensfase of omgeving. Komt aan bod in Habitat en ecologische niche Verwante begrippen Specialist niche tolerantie
Gerealiseerde niche # Verdieping Het deel van de fundamentele niche dat een soort in de werkelijke gemeenschap daadwerkelijk gebruikt. Concurrenten, predatoren, parasieten en partners kunnen de gerealiseerde niche verkleinen, verschuiven of soms uitbreiden. Ook bereikbaarheid en geschiedenis spelen mee. Komt aan bod in Habitat en ecologische niche; Concurrentie tussen soorten Verwante begrippen Fundamentele niche niche-overlap habitat
Groeisnelheid # Kern De verandering in het aantal individuen van een populatie per tijdseenheid. Een groeisnelheid kan bijvoorbeeld worden uitgedrukt als het aantal individuen dat er per dag, seizoen of jaar bijkomt of verdwijnt. De waarde zegt iets anders dan de relatieve groeisnelheid, die rekening houdt met de omvang van de populatie. Komt aan bod in Hoe populaties groeien Verwante begrippen Relatieve groeisnelheid populatiegroei Intrinsieke groeisnelheid
Habitat # Kern De plek of omgeving waar een organisme leeft. Habitat wordt altijd vanuit een organisme of soort benoemd en is schaalafhankelijk: een bos, een poel, een bladonderzijde of een darmkanaal kan habitat zijn. Het begrip zegt nog niet hoe de soort daar leeft. Komt aan bod in Habitat en ecologische niche Verwante begrippen Ecologische niche biotoop microhabitat
Helderwatertoestand # Verdieping Een toestand van ondiep water waarin weinig zweefalgen aanwezig zijn en licht diep kan doordringen. Waterplanten, watervlooien, roofvis en een stabiele bodem kunnen elkaar in deze toestand versterken. Helder water is niet automatisch voedselarm of ecologisch goed, maar is een herkenbare systeemtoestand. Komt aan bod in Helder en troebel water; Stabiliteit en veerkracht Verwante begrippen Troebelwatertoestand alternatieve stabiele toestand biomanipulatie
Herstelvermogen # Kern De mate waarin een systeem na een verstoring terugkeert naar een eerdere structuur of werking. Herstelvermogen kan slaan op snelheid, volledigheid of beide. Het is een onderdeel van stabiliteit, maar niet hetzelfde als weerstand of veerkracht. Komt aan bod in Stabiliteit en veerkracht Verwante begrippen Weerstand veerkracht stabiliteit
Heterotroof # Kern Een organisme dat organische stoffen van andere organismen nodig heeft als bron van energie en bouwstoffen. Dieren, schimmels en veel bacteriën zijn heterotroof. Zij kunnen leven als grazer, predator, parasiet, detritivoor of afbreker. Komt aan bod in Heterotrofen — voedsel als hulpbron Verwante begrippen Autotroof consument organische stof
Huidmondje # Context Een regelbare opening in de opperhuid van een blad waardoor gassen en waterdamp worden uitgewisseld. Via huidmondjes komt koolstofdioxide binnen, maar ontsnapt tegelijk water. Openen en sluiten verbindt fotosynthese direct met de waterbalans van de plant. Komt aan bod in Water als hulpbron; Koolstofdioxide en fotosynthese Verwante begrippen Diffusie fotosynthese C3-plant
Hulpbron # Kern Iets wat een organisme gebruikt en waardoor er minder van beschikbaar kan blijven voor anderen. Licht, water, mineralen, voedsel, ruimte en nestplaatsen kunnen hulpbronnen zijn. Een hulpbron verschilt van een omstandigheid doordat gebruik de beschikbaarheid verandert. Komt aan bod in Omstandigheden en hulpbronnen; Wat een organisme nodig heeft — en wat het kan verdragen Verwante begrippen Omstandigheid concurrentie beperkende factor
Hysterese # Verdieping Het verschijnsel dat de terugweg van een ecosysteem anders verloopt dan de heenweg. Na een omslag kan het onvoldoende zijn om de oorspronkelijke druk alleen terug te draaien. Een troebele plas kan bijvoorbeeld pas bij veel lagere nutriëntenbelasting weer helder worden dan waarbij zij troebel werd. Komt aan bod in Helder en troebel water; Stabiliteit en veerkracht Verwante begrippen Omslagpunt alternatieve stabiele toestand herstel
Immigratie # Kern De aankomst van individuen in een populatie of afgebakend gebied. Immigratie verhoogt het lokale aantal en kan genetische variatie aanvullen. Het is alleen mogelijk wanneer individuen het gebied kunnen bereiken en er kunnen overleven. Komt aan bod in Geboorte, sterfte en verplaatsing Verwante begrippen Emigratie dispersie kolonisatie
Individu # Kern Eén afzonderlijk organisme, met een eigen bouw, levensfase, geschiedenis en reactie op de omgeving. Populaties bestaan uit individuen die nooit volledig identiek zijn. Verschillen in leeftijd, grootte, gedrag en genetische aanleg beïnvloeden hun overleving en voortplanting. Komt aan bod in Individuen en populaties; Wat is een populatie? Verwante begrippen Organisme populatie levensfase
Interferentiecompetitie # Verdieping Directe concurrentie waarbij organismen elkaar actief hinderen bij het verkrijgen van een hulpbron. Interferentie kan bestaan uit territoriumverdediging, verdringing, blokkeren van vestigingsruimte, fysiek wegduwen of het produceren van remmende stoffen. De hulpbron blijft de inzet, maar de beperking verloopt rechtstreeks via de concurrent. Komt aan bod in Concurrentie om hulpbronnen Verwante begrippen Concurrentie (competitie) Exploitatiecompetitie hulpbron
Interferentieconcurrentie # Verdieping Directe concurrentie waarbij organismen elkaar hinderen, verdrijven of de toegang tot een hulpbron blokkeren. Territoriaal gedrag, agressie, beschaduwing door fysieke overgroei of chemische remming kunnen vormen van interferentie zijn. De grens met exploitatie is soms geleidelijk. Komt aan bod in Concurrentie om hulpbronnen; Concurrentie binnen één soort; Concurrentie tussen soorten Verwante begrippen Exploitatieconcurrentie territorium concurrentie
Interspecifieke concurrentie # Kern Concurrentie tussen individuen van verschillende soorten. Zij ontstaat wanneer soorten dezelfde beperkte hulpbron gebruiken of elkaar direct hinderen. De uitkomst hangt af van niche-overlap, omstandigheden, tijd en andere interacties. Komt aan bod in Concurrentie tussen soorten Verwante begrippen Niche-overlap competitieve uitsluiting co-existentie
Intraspecifieke concurrentie # Kern Concurrentie tussen individuen van dezelfde soort. Soortgenoten lijken vaak sterk op elkaar in hun behoefte aan voedsel, licht, water, ruimte en partners. Daardoor neemt de druk meestal toe wanneer de dichtheid stijgt. Komt aan bod in Concurrentie binnen één soort Verwante begrippen Dichtheidsafhankelijkheid draagkracht populatie
Intrinsieke groeisnelheid # Verdieping De potentiële groeisnelheid van een populatie onder gunstige omstandigheden, vaak aangeduid met r. De waarde vat geboorte en sterfte samen wanneer beperkingen minimaal zijn. Zij is geen onveranderlijke soortseigenschap en hangt onder meer af van leeftijdsopbouw en omstandigheden. Komt aan bod in Hoe populaties groeien Verwante begrippen Exponentiële groei logistische groei levensfase
Invasieve exoot # Verdieping Een uitheemse soort die zich vestigt, sterk uitbreidt en daarbij ecologische of maatschappelijke schade veroorzaakt. Niet iedere uitheemse soort is invasief. Het gaat om combinatie van herkomst, vestiging, verspreiding en aantoonbare gevolgen voor soorten, processen of gebruik. Komt aan bod in Concurrentie tussen soorten Verwante begrippen Kolonisatie concurrentie gemeenschap
Invasieve soorten # Verdieping Uitheemse soorten die zich vestigen, sterk uitbreiden en daarbij ecologische of maatschappelijke schade veroorzaken. Niet iedere uitheemse soort is invasief. Het gaat om de combinatie van herkomst, vestiging, sterke verspreiding en aantoonbare gevolgen voor soorten, processen of gebruik. De preciezere term is vaak invasieve exoot. Komt aan bod in Concurrentie tussen soorten Verwante begrippen Invasieve exoot Kolonisatie concurrentie gemeenschap
Ionen # Context Elektrisch geladen atomen of moleculen die opgelost in water kunnen voorkomen en door organismen kunnen worden opgenomen. Planten nemen veel minerale voedingsstoffen als ionen uit het bodemwater op, bijvoorbeeld nitraat, ammonium, fosfaat, kalium en magnesium. Hun lading en chemische vorm beïnvloeden hoe mobiel en beschikbaar zij in de bodem zijn. Komt aan bod in Mineralen voor planten Verwante begrippen Mineraal voedingsstof Zuurgraad (pH)
Klimaat # Kern Het langjarige patroon van weer, inclusief gemiddelden, variatie en terugkerende extremen. Klimaat bepaalt op grote schaal de speelruimte voor organismen, maar lokale bodem, water, reliëf, beheer en geschiedenis bepalen de uiteindelijke ecosystemen. Komt aan bod in Klimaat en biomen Verwante begrippen Weer bioom landschap
Kolonisatie # Verdieping Het bereiken en duurzaam bezetten van een plek waar een soort eerder afwezig was. Aankomst alleen is niet genoeg. Organismen moeten de omstandigheden verdragen, hulpbronnen vinden en zich voortplanten om een populatie op te bouwen. Komt aan bod in Natuur is altijd in beweging; Habitat en ecologische niche Verwante begrippen Dispersie successie immigratie
Koloniseren # Verdieping Een nieuwe plek bereiken en daar duurzaam een populatie opbouwen. Een soort koloniseert een plek wanneer individuen die plek bereiken, de omstandigheden kunnen verdragen, hulpbronnen vinden en zich er voortplanten. Aankomst alleen is dus niet genoeg. Komt aan bod in Natuur is altijd in beweging; Habitat en ecologische niche Verwante begrippen Kolonisatie Dispersie successie immigratie
Koolstof-stikstofverhouding (C:N) # Verdieping De verhouding tussen de hoeveelheid koolstof en stikstof in materiaal of weefsel. Plantenweefsel heeft vaak een hogere C:N-verhouding dan dierlijk weefsel. Daardoor krijgen planteneters veel koolstof binnen, terwijl stikstof en eiwitten relatief schaars kunnen zijn. Komt aan bod in Heterotrofen — voedsel als hulpbron Verwante begrippen Voedselkwaliteit stikstof biomassa
Koolstofdioxide (CO₂) # Kern Een gas dat fotosynthetische organismen gebruiken als koolstofbron voor de opbouw van organische stoffen. CO₂ is voor planten een hulpbron en tegelijk een product van ademhaling en afbraak. Een hogere concentratie kan fotosynthese stimuleren, maar andere factoren begrenzen de uiteindelijke groei. Komt aan bod in Koolstofdioxide en fotosynthese Verwante begrippen Fotosynthese koolstofkringloop beperkende factor
Koolstofkringloop # Kern De voortdurende verplaatsing en omzetting van koolstof tussen atmosfeer, water, bodem, organismen en gesteenten. Fotosynthese legt koolstof vast; ademhaling, afbraak en verbranding brengen koolstof weer terug in lucht of water. Opslagduur en stroomsnelheid verschillen sterk per reservoir. Komt aan bod in Koolstofdioxide en fotosynthese; Wat is een ecosysteem? Verwante begrippen Organische stof ademhaling materiestroom
Kringloop # Kern Een proces waarbij stoffen herhaaldelijk tussen organismen en omgeving worden omgezet en opnieuw beschikbaar komen. Koolstof, stikstof, fosfor en water doorlopen kringlopen. Energie gedraagt zich anders: zij stroomt door het systeem en gaat bij omzettingen deels als warmte verloren. Komt aan bod in Wat is een ecosysteem?; Koolstofdioxide en fotosynthese Verwante begrippen Materiestroom energiestroom afbraak
Landschap # Kern Een ruimtelijk mozaïek van ecosystemen, ecotopen, verbindingen en menselijke invloeden. Landschapsecologie kijkt hoe ligging, grootte, grenzen en verbindingen processen en verspreiding beïnvloeden. Een landschap is meer dan alleen het zichtbare decor. Komt aan bod in Klimaat en biomen; Wat is Ecologie? Verwante begrippen Ecotoop habitat schaal
Levenscyclus # Kern De opeenvolging van levensstadia die een organisme doorloopt van ontstaan tot voortplanting en sterfte. Leeftijd bij voortplanting, aantal nakomelingen, generatieduur en overleving van jonge en volwassen stadia bepalen samen hoe snel een populatie kan veranderen. Daarom is populatiegroei niet los te zien van de levenscyclus van een soort. Komt aan bod in Hoe populaties groeien; Concurrentie binnen één soort Verwante begrippen Levensfase voortplanting Recruitment
Levensfase # Kern Een herkenbare fase in de levenscyclus, zoals zaad, larve, juveniel of volwassen stadium. Verschillende levensfasen kunnen andere habitats, hulpbronnen, vijanden en verspreidingsmogelijkheden hebben. Daardoor verandert de niche van een soort vaak tijdens het leven. Komt aan bod in Habitat en ecologische niche; Geboorte, sterfte en verplaatsing Verwante begrippen Individu voortplanting niche
Levensgemeenschap # Kern Alle populaties van verschillende soorten die op een bepaalde plek en tijd samen voorkomen en elkaar kunnen beïnvloeden. Levensgemeenschap is een toegankelijk synoniem voor gemeenschap. Zij omvat de levende component van een ecosysteem: de populaties van verschillende soorten die samen voorkomen en elkaar kunnen beïnvloeden. Komt aan bod in Samenleven in een gemeenschap; Wat is een ecosysteem? Verwante begrippen Gemeenschap Populatie ecosysteem levensgemeenschap
Lichtcompensatiepunt # Context De lichtsterkte waarbij fotosynthese precies evenveel organische stof oplevert als door ademhaling wordt verbruikt. Onder dit punt verliest een plant netto koolstof; erboven kan zij netto groeien. Schaduwplanten hebben vaak een lager compensatiepunt dan zonplanten. Komt aan bod in Licht als hulpbron Verwante begrippen Lichtverzadigingspunt ademhaling schaduwplant
Lichtverzadigingspunt # Context De lichtsterkte waarboven extra licht nauwelijks nog tot meer fotosynthese leidt. Vanaf dit punt worden andere processen beperkend. Bij nog sterker licht kan fotoinhibitie ontstaan. Komt aan bod in Licht als hulpbron Verwante begrippen Beperkende factor fotoinhibitie zonplant
Logistisch model # Kern Een model voor populatiegroei waarin de groei afremt wanneer de populatie de draagkracht van haar omgeving nadert. Het logistische model beschrijft een S-vormige groeicurve waarin de groei afremt wanneer de populatie de draagkracht nadert. Het is een bruikbare vereenvoudiging, maar echte populaties kunnen overschrijden, schommelen of door veranderende draagkracht anders verlopen. Komt aan bod in Hoe populaties groeien Verwante begrippen Logistische groei Draagkracht dichtheidsafhankelijkheid exponentiële groei
Logistische groei # Kern Populatiegroei die afremt wanneer de populatie de draagkracht van haar omgeving nadert. Het model beschrijft een S-vormige groeicurve. Het is een bruikbare vereenvoudiging, maar echte populaties kunnen overschrijden, schommelen of door veranderende draagkracht heel anders verlopen. Komt aan bod in Hoe populaties groeien Verwante begrippen Draagkracht dichtheidsafhankelijkheid exponentiële groei
Materiestroom # Kern De verplaatsing van stoffen binnen en tussen organismen, bodem, water en atmosfeer. Materie kan door voedsel, uitwerpselen, afbraak, uitspoeling en sedimentatie worden verplaatst. Anders dan energie kunnen elementen steeds opnieuw in kringlopen worden opgenomen. Komt aan bod in Wat is een ecosysteem?; Het voedselweb Verwante begrippen Kringloop energiestroom nutriënt
Metapopulatie # Verdieping Een netwerk van lokale populaties die door dispersie met elkaar verbonden zijn. Lokale populaties kunnen verdwijnen en later opnieuw worden gekoloniseerd. De verbinding tussen plekken kan daardoor bepalend zijn voor het voortbestaan van de soort in het hele landschap. Komt aan bod in Wat is een populatie?; Prooi en predator in beweging Verwante begrippen Dispersie kolonisatie landschap
Microhabitat # Verdieping Een klein, specifiek deel van een groter habitat met eigen omstandigheden en functies. De onderzijde van een blad, een spleet in schors of een zuurstofarme bodemlaag kan een microhabitat zijn. Het begrip helpt om ruimtelijke verschillen op kleine schaal zichtbaar te maken. Komt aan bod in Habitat en ecologische niche Verwante begrippen Habitat schaal ecotoop
Migratie # Kern De verplaatsing van individuen tussen gebieden, vaak over grotere afstand of volgens een terugkerend patroon. Migratie kan seizoensgebonden zijn, zoals trek tussen broed- en overwinteringsgebieden. Wanneer een individu de grens van een onderzochte populatie passeert, wordt dezelfde beweging voor die populatie zichtbaar als emigratie of immigratie. Komt aan bod in Geboorte, sterfte en verplaatsing; Natuur is altijd in beweging Verwante begrippen Immigratie Emigratie Dispersie
Mimicry # Context Het lijken op een ander organisme of signaal waardoor een waarnemer wordt misleid of anders reageert. Mimicry kan bescherming geven tegen predatoren wanneer een ongevaarlijke soort bijvoorbeeld lijkt op een giftige of onaantrekkelijke soort. Het verschijnsel kan ook een rol spelen bij prooivangst, bestuiving en andere ecologische interacties. Komt aan bod in Eten of gegeten worden Verwante begrippen Predatie prooi interactie
Minerale voedingsstof # Kern Een anorganisch element of ion dat een organisme nodig heeft voor bouw, stofwisseling of regulatie. Planten nemen mineralen zoals stikstof, fosfor, kalium en magnesium vooral via wortels op. Aanwezigheid in de bodem betekent niet automatisch dat de stof opneembaar is. Komt aan bod in Mineralen voor planten Verwante begrippen Nutriënt fosfor stikstof
Mycorrhiza # Verdieping Een samenwerking tussen een plantwortel en een schimmel, waarbij beide partners stoffen uitwisselen. De schimmel vergroot het bereik voor water en mineralen, vooral fosfor. De plant levert suikers. De uitkomst hangt af van soort, bodem en omstandigheden en is niet altijd even voordelig. Komt aan bod in Mineralen voor planten Verwante begrippen Symbiose wortel fosfor
Negatieve terugkoppeling # Kern Een terugkoppeling die een verandering afremt en het systeem naar een herkenbaar bereik terugstuurt. Meer individuen kunnen bijvoorbeeld tot sterkere concurrentie en lagere groei leiden. Negatieve terugkoppelingen dragen vaak bij aan regulatie en stabiliteit. Komt aan bod in Hoe populaties groeien; Prooi en predator in beweging; Stabiliteit en veerkracht Verwante begrippen Positieve terugkoppeling dichtheidsafhankelijkheid stabiliteit
Niche-onderscheiding # Verdieping Het gebruik van verschillende hulpbronnen, plekken of tijdstippen waardoor soorten hun onderlinge concurrentie verkleinen. Niche-onderscheiding, ook wel nicheverdeling genoemd, ontstaat wanneer soorten bijvoorbeeld verschillende voedselgroottes gebruiken, op andere hoogtes foerageren of op andere momenten actief zijn. Daardoor neemt de niche-overlap af en kan co-existentie worden ondersteund. Komt aan bod in Concurrentie tussen soorten; Samenleven in een gemeenschap Verwante begrippen Nicheverdeling Co-existentie niche-overlap specialist
Niche-overlap # Verdieping De mate waarin soorten dezelfde omstandigheden, hulpbronnen, ruimte of tijd gebruiken. Grote overlap vergroot de kans op concurrentie, maar is geen bewijs dat concurrentie werkelijk sterk is. Schaarste en de context van andere interacties zijn mede bepalend. Komt aan bod in Concurrentie tussen soorten Verwante begrippen Ecologische niche concurrentie nicheverdeling
Nicheverdeling # Verdieping Het gebruik van verschillende hulpbronnen, plekken of tijdstippen waardoor soorten hun onderlinge concurrentie verkleinen. Soorten kunnen bijvoorbeeld verschillende voedselgroottes eten, op andere hoogtes foerageren of in andere seizoenen actief zijn. Nicheverdeling ondersteunt co-existentie. Komt aan bod in Concurrentie tussen soorten; Samenleven in een gemeenschap Verwante begrippen Co-existentie niche-overlap specialist
Nucleïnezuren # Context Moleculen zoals DNA en RNA die erfelijke informatie opslaan, doorgeven en gebruiken. Nucleïnezuren zijn opgebouwd uit nucleotiden en bevatten onder meer stikstof en fosfor. Daardoor zijn minerale voedingsstoffen niet alleen nodig voor groei in algemene zin, maar ook voor de opbouw en werking van erfelijk materiaal. Komt aan bod in Mineralen voor planten Verwante begrippen Stikstof Fosfor ATP
Nutriënt # Kern Een voedingsstof die organismen nodig hebben voor groei en functioneren, zoals stikstof of fosfor. In publieksgerichte tekst kan “voedingsstof” eerst worden gebruikt en “nutriënt” tussen haakjes worden geïntroduceerd. In waterbeheer verwijst nutriëntenbelasting vaak naar aanvoer van stikstof en fosfor. Komt aan bod in Mineralen voor planten; Helder en troebel water Verwante begrippen Minerale voedingsstof eutrofiëring beperkende factor
Omslagpunt # Kern Een grens waar een relatief kleine extra verandering een grote overgang naar een andere systeemtoestand kan veroorzaken. Omslagpunten ontstaan door terugkoppelingen en zijn vaak pas achteraf precies herkenbaar. Na de omslag kan herstel moeilijk zijn door hysterese. Komt aan bod in Helder en troebel water; Stabiliteit en veerkracht Verwante begrippen Hysterese alternatieve stabiele toestand positieve terugkoppeling
Omstandigheid # Kern Een fysisch of chemisch kenmerk van de omgeving dat een organisme ervaart maar niet verbruikt. Temperatuur, pH, zoutgehalte en luchtvochtigheid zijn typische omstandigheden. Dezelfde factor kan voor een ander organisme of proces een hulpbron of signaal zijn. Komt aan bod in Omstandigheden en hulpbronnen; Wat een organisme nodig heeft — en wat het kan verdragen Verwante begrippen Hulpbron abiotisch tolerantiecurve
Onderzoeksschaal # Context De ruimtelijke, temporele of biologische schaal waarop een ecologisch proces wordt afgebakend en bekeken. De gekozen schaal bepaalt wat als binnenkomst, vertrek, verandering of patroon wordt gezien. Een dier kan uit een lokale populatie emigreren en tegelijk binnen een groter landschap blijven; op een andere onderzoeksschaal krijgt dezelfde beweging dus een andere betekenis. Komt aan bod in Geboorte, sterfte en verplaatsing Verwante begrippen Schaal Migratie populatie
Open populatie # Verdieping Een populatie waarvan het aantal verandert door geboorte en sterfte én door immigratie en emigratie. De meeste natuurlijke populaties zijn in zekere mate open. Een gesloten populatie is een nuttige vereenvoudiging waarin alleen geboorte en sterfte tellen. Komt aan bod in Geboorte, sterfte en verplaatsing Verwante begrippen Immigratie emigratie gesloten populatie
Optimum # Verdieping De waarde of het bereik van een omstandigheid waarbij een bepaald proces het best verloopt. Een soort heeft niet één universeel optimum. Het optimum voor groei kan verschillen van dat voor voortplanting, en combinaties van factoren verschuiven de uitkomst. Komt aan bod in Wat een organisme nodig heeft — en wat het kan verdragen Verwante begrippen Tolerantiecurve beperkende factor levensfase
Opwelling # Context Het opstijgen van dieper, vaak koud en voedselrijk water naar het oppervlak. Opwelling brengt nutriënten in de verlichte waterlaag en kan daardoor zeer hoge primaire productie en rijke visgronden ondersteunen. Komt aan bod in Klimaat en biomen Verwante begrippen Gelaagdheid primaire productie nutriënt
Organische stof # Kern Koolstofhoudend materiaal dat door organismen is opgebouwd of daarvan afkomstig is. Levend weefsel, dood materiaal, humus en opgeloste organische verbindingen behoren tot organische stof. Zij vormen opslag van energie en bouwstoffen voor heterotrofen. Komt aan bod in Heterotrofen — voedsel als hulpbron; Koolstofdioxide en fotosynthese Verwante begrippen Anorganische stof detritus biomassa
Organisme # Kern Een afzonderlijk levend wezen, zoals een plant, dier, schimmel, bacterie of archeon. Ecologen bestuderen organismen als individuen en als onderdelen van populaties, gemeenschappen en ecosystemen. De afbakening is bij kolonievormende organismen soms minder eenvoudig. Komt aan bod in Wat is Ecologie?; Individuen en populaties Verwante begrippen Individu soort populatie
Parasiet # Kern Een organisme dat langdurig op of in een gastheer leeft en daarvan hulpbronnen gebruikt. Een parasiet doodt de gastheer meestal niet direct, omdat die ook zijn leefomgeving en voedselbron is. De relatie kan groei, gezondheid of voortplanting verminderen. Komt aan bod in Heterotrofen — voedsel als hulpbron; Eten of gegeten worden Verwante begrippen Gastheer parasitisme predator
Parasitisme # Kern Een interactie waarbij een parasiet voordeel heeft en de gastheer nadeel ondervindt. Parasitisme is in brede ecologische zin een vorm van predatie, maar verschilt door de langdurige en nauwe relatie met meestal één of enkele gastheren. Komt aan bod in Eten of gegeten worden; Samenleven in een gemeenschap Verwante begrippen Parasiet gastheer predatie
Parasitoïden # Verdieping Organismen waarvan een levensstadium in of op één gastheer leeft en die gastheer uiteindelijk doodt. Veel parasitoïden zijn insecten, zoals sluipwespen. Hun levenswijze ligt functioneel tussen parasitisme en predatie: zij gebruiken één gastheer gedurende langere tijd, maar anders dan de meeste parasieten doden zij die uiteindelijk. Komt aan bod in Heterotrofen — voedsel als hulpbron; Eten of gegeten worden Verwante begrippen Parasiet predatie gastheer
Permanent verwelkingspunt # Context De bodemtoestand waarbij een plant haar turgor niet duurzaam kan herstellen, ook niet wanneer verdamping tijdelijk afneemt. Er kan nog water in de bodem aanwezig zijn, maar het is zo sterk gebonden of zo moeilijk bereikbaar dat de wortels het niet voldoende kunnen opnemen. Komt aan bod in Water als hulpbron Verwante begrippen Turgor plantbeschikbaar water droogte
Pionier # Context Een soort die zich vroeg kan vestigen op een open, nieuw gevormde of sterk verstoorde plek. Pioniers kunnen snel beschikbare ruimte benutten en de omgeving vervolgens veranderen, bijvoorbeeld door bodem te bedekken, organisch materiaal toe te voegen of schaduw te geven. Zij vormen geen vaste eerste stap in ieder successieverloop. Komt aan bod in Natuur is altijd in beweging Verwante begrippen Successie Kolonisatie verstoring
Planktivoor # Context Een organisme dat zich voornamelijk voedt met plankton, zoals algen of kleine planktondieren. In ondiepe meren eten planktivore vissen vaak veel zoöplankton, waaronder grote watervlooien. Daardoor kan de graasdruk op algen afnemen en kan een voedselweb verschuiven richting troebeler water. Komt aan bod in Helder en troebel water Verwante begrippen voedselweb Troebelwatertoestand Biomanipulatie
Populatie # Kern Een groep individuen van dezelfde soort in een bepaald gebied en binnen een bepaalde periode. De afbakening hangt af van de vraag. Een populatie heeft niet alleen een grootte, maar ook dichtheid, ruimtelijke verdeling, leeftijdsopbouw en uitwisseling met andere populaties. Komt aan bod in Wat is een populatie? Verwante begrippen Individu soort metapopulatie
Populatiedynamiek # Kern De verandering van populatiegrootte en samenstelling door geboorte, sterfte, immigratie en emigratie. Populatiedynamiek omvat groei, krimp en schommelingen door de tijd. Ook leeftijdsopbouw, dichtheid, predatie en veranderende omstandigheden spelen mee. Komt aan bod in Geboorte, sterfte en verplaatsing; Hoe populaties groeien; Prooi en predator in beweging Verwante begrippen Populatie terugkoppeling draagkracht
Positieve terugkoppeling # Kern Een terugkoppeling die een verandering versterkt, waardoor het systeem verder in dezelfde richting beweegt. In troebel water kunnen meer algen, minder licht en minder waterplanten elkaar versterken. Positief betekent hier versterkend, niet gunstig. Komt aan bod in Helder en troebel water; Stabiliteit en veerkracht Verwante begrippen Negatieve terugkoppeling omslagpunt alternatieve stabiele toestand
Predatie # Kern Een relatie waarbij het ene organisme zich voedt ten koste van een ander levend organisme. Predatie omvat niet alleen jagen en doden, maar ook begrazing en in brede indelingen parasitisme. De effecten lopen via aantallen, gedrag en indirecte veranderingen in voedselwebben. Komt aan bod in Eten of gegeten worden; Prooi en predator in beweging Verwante begrippen Predator prooi trofische cascade
Predatiedruk # Verdieping De gezamenlijke invloed die predatoren door consumptie en dreiging uitoefenen op een prooipopulatie. Predatiedruk hangt af van aantallen predatoren, hun vangstsucces, het aantal prooien en de ruimtelijke omstandigheden. Zij kan niet alleen overleving beïnvloeden, maar ook gedrag, verspreiding en de groei van een prooipopulatie. Komt aan bod in Prooi en predator in beweging Verwante begrippen Predatie Prooi top-downsturing
Predator # Kern Een organisme dat een ander levend organisme geheel of gedeeltelijk consumeert. In brede ecologische zin vallen echte predatoren, grazers en parasieten onder predatorrelaties. In gewone taal kan “roofdier” worden gebruikt voor dieren die prooien doden en opeten. Komt aan bod in Eten of gegeten worden; Prooi en predator in beweging Verwante begrippen Prooi predatie consument
Primaire productie # Kern De snelheid waarmee autotrofe organismen organische stof opbouwen uit anorganische stoffen. Bruto primaire productie omvat alle vastgelegde energie; netto primaire productie is wat na de eigen ademhaling overblijft voor groei en voedselweb. Komt aan bod in Klimaat en biomen; Licht als hulpbron; Helder en troebel water Verwante begrippen Producent fotosynthese productiviteit
Primaire successie # Verdieping Successie die begint op een plek waar vrijwel geen ontwikkelde bodem of eerdere levensgemeenschap aanwezig is. Bij primaire successie moeten bodemvorming, ophoping van organisch materiaal en vestiging van soorten grotendeels vanaf het begin op gang komen. Voorbeelden zijn nieuw kaal gesteente, jonge vulkanische afzettingen of pas vrijgekomen terrein na terugtrekkend ijs. Komt aan bod in Natuur is altijd in beweging Verwante begrippen Successie Secundaire successie Pionier
Producent # Kern Een autotroof organisme dat organische stof opbouwt en zo de basis vormt voor andere schakels in een voedselweb. Planten, algen en cyanobacteriën zijn de belangrijkste producenten in de huidige Ecotoop-teksten. “Primair producent” is de preciezere vakterm. Komt aan bod in Het voedselweb; Wat bepaalt de verhoudingen in een ecosysteem? Verwante begrippen Autotroof consument primaire productie
Productiviteit # Verdieping De hoeveelheid biologische productie per oppervlakte of volume en per tijdseenheid. Productiviteit is een snelheid en verschilt dus van biomassa, die een voorraad op een bepaald moment beschrijft. Een systeem kan snel produceren maar weinig biomassa vasthouden. Komt aan bod in Klimaat en biomen; Stabiliteit en veerkracht Verwante begrippen Biomassa primaire productie energiestroom
Prooi # Kern Een levend organisme of deel daarvan dat door een predator wordt geconsumeerd. Een prooi is geen passief object. Gedrag, camouflage, stekels, gif en groepsvorming kunnen de kans om gevonden, gevangen of verwerkt te worden verkleinen. Komt aan bod in Eten of gegeten worden; Prooi en predator in beweging Verwante begrippen Predator predatie verdediging
Recruitment # Verdieping De instroom van nieuwe individuen in het levensstadium of deel van een populatie dat in een onderzoek wordt geteld. Niet ieder geboren, uitgekomen of ontkiemd individu bereikt het stadium waarop ecologen het waarnemen. Recruitment omvat daarom geboorte of vestiging én de overleving tot het gekozen telmoment of levensstadium. Komt aan bod in Geboorte, sterfte en verplaatsing Verwante begrippen Geboorte Levenscyclus populatie
Reducent # Kern Een oudere benaming voor een afbreker: een organisme dat dood organisch materiaal afbreekt en de vrijgekomen stoffen opneemt. Reducent is een oudere Nederlandstalige benaming voor een afbreker. Het gaat om een organisme, vaak een bacterie of schimmel, dat dood organisch materiaal chemisch afbreekt en de vrijgekomen stoffen opneemt. Komt aan bod in Heterotrofen — voedsel als hulpbron; Het voedselweb Verwante begrippen Afbreker (decomposer) Detritivoor detritus afbraak
Reducenten # Kern Een oudere benaming voor afbrekers: organismen die dood organisch materiaal afbreken en de vrijgekomen stoffen opnemen. Reducenten is een oudere Nederlandstalige benaming voor afbrekers. Het gaat vooral om bacteriën, schimmels en andere organismen die dood organisch materiaal chemisch afbreken en de vrijgekomen stoffen opnemen. Komt aan bod in Heterotrofen — voedsel als hulpbron; Het voedselweb Verwante begrippen Afbreker (decomposer) Detritivoor detritus afbraak
Regenschaduw # Context Een relatief droog gebied aan de lijzijde van een gebergte. Lucht stijgt aan de windzijde, koelt af en verliest vocht. Aan de andere kant daalt de lucht, warmt op en wordt droger. Komt aan bod in Klimaat en biomen Verwante begrippen Klimaat neerslag reliëf
Relatieve groeisnelheid # Verdieping De verandering van een populatie per tijdseenheid uitgedrukt ten opzichte van haar bestaande omvang. Door de absolute verandering te relateren aan het aantal aanwezige individuen kunnen populaties van verschillende grootte beter worden vergeleken. Bij exponentiële groei is deze verhouding in het eenvoudige model constant. Komt aan bod in Hoe populaties groeien Verwante begrippen Groeisnelheid Exponentiële groei Intrinsieke groeisnelheid
Responsdiversiteit # Verdieping Variatie in de manier waarop soorten met een vergelijkbare functie op verstoring reageren. Wanneer niet alle soorten tegelijk dezelfde gevoeligheid hebben, kan een ecosysteemfunctie blijven doorgaan terwijl de soortensamenstelling verandert. Dit kan veerkracht ondersteunen. Komt aan bod in Stabiliteit en veerkracht Verwante begrippen Biodiversiteit functionele diversiteit veerkracht
Rhizosfeer # Verdieping De smalle bodemzone rond wortels die sterk wordt beïnvloed door de plant en door bodemorganismen. Wortels geven in de rhizosfeer onder meer suikers, aminozuren en andere stoffen af. Daardoor ontstaan intensieve wisselwerkingen met bacteriën en schimmels, terwijl ook zuurgraad en beschikbaarheid van voedingsstoffen lokaal kunnen veranderen. Komt aan bod in Mineralen voor planten Verwante begrippen Mycorrhiza bodem voedingsstof
Schaal # Kern Het ruimtelijke of temporele niveau waarop een ecologische vraag wordt bekeken. Een patroon dat op één schaal stabiel of belangrijk lijkt, kan op een andere schaal anders uitpakken. Habitat, populatiegrenzen en herstel hangen daarom altijd samen met de gekozen schaal. Komt aan bod in Wat is Ecologie?; Habitat en ecologische niche; Stabiliteit en veerkracht Verwante begrippen Landschap microhabitat tijdschaal
Schaduwplant # Context Een plant die is aangepast aan lage lichtintensiteiten en al bij weinig licht netto kan groeien. Schaduwplanten hebben vaak een laag lichtcompensatiepunt en een lagere maximale fotosynthese dan zonplanten. Fel licht kan sneller tot overbelasting leiden. Komt aan bod in Licht als hulpbron Verwante begrippen Zonplant lichtcompensatiepunt fotoinhibitie
Scramble competition # Verdieping Concurrentie waarbij veel individuen een kleiner deel van een schaarse hulpbron krijgen en daardoor allemaal kunnen worden geremd. Bij scramble competition wordt de beschikbare hulpbron breed verdeeld. In een dicht veld kiemplanten kunnen daardoor veel kleine, zwakke planten ontstaan; bij sterke schaarste kan uiteindelijk een groot deel van de individuen slecht presteren. Komt aan bod in Concurrentie binnen één soort Verwante begrippen Contest competition Concurrentie (competitie) Zelfdunning
Secundaire successie # Verdieping Successie na een verstoring op een plek waar bodem en vaak ook zaden, wortels of andere resten van de eerdere gemeenschap aanwezig blijven. Herstel kan daardoor sneller verlopen dan bij primaire successie. Verlaten akkers, open plekken in bos en opnieuw ingerichte oevers zijn voorbeelden waarbij bestaande bodem en propagulen de verdere ontwikkeling beïnvloeden. Komt aan bod in Natuur is altijd in beweging Verwante begrippen Successie Primaire successie verstoring
Sedimentatie # Context Het bezinken en ophopen van meegevoerde deeltjes, zoals zand, slib en organisch materiaal. Sedimentatie treedt op wanneer water, wind of ijs minder materiaal kan vervoeren. Het proces vormt bodems en landschappen en beïnvloedt in wateren onder meer diepte, troebelheid, bodemstructuur en leefgebied. Komt aan bod in Klimaat en biomen Verwante begrippen Estuarium verstoring landschap
Sleutelsoort # Kern Een soort waarvan de invloed op de gemeenschap veel groter is dan op grond van haar aantallen of biomassa wordt verwacht. Het verwijderen of toevoegen van een sleutelsoort kan via directe en indirecte relaties grote gevolgen hebben. De rol is contextafhankelijk en niet iedere dominante of bedreigde soort is automatisch een sleutelsoort. Komt aan bod in Sleutelsoorten: klein in aantal, groot in invloed Verwante begrippen Trofische cascade voedselweb beheer
Soort # Kern Een groep organismen die in biologische zin een herkenbare evolutionaire eenheid vormt. Voor veel dieren en planten wordt een soort vaak omschreven via onderlinge voortplanting, maar bij micro-organismen, fossielen en hybriden zijn andere criteria nodig. Ecologische teksten gebruiken soort als praktische eenheid. Komt aan bod in Wat is Ecologie?; Wat is een populatie? Verwante begrippen Individu populatie biodiversiteit
Specialist # Verdieping Een soort die een relatief smal bereik aan hulpbronnen of omstandigheden gebruikt. Specialisatie kan efficiëntie geven binnen dat bereik, maar maakt een soort vaak gevoeliger voor verandering of verlies van een specifieke hulpbron. Het is geen absoluut etiket. Komt aan bod in Habitat en ecologische niche Verwante begrippen Generalist niche tolerantiecurve
Stabiliteit # Kern Een verzamelterm voor manieren waarop een ecosysteem weinig verandert, terugveert of op langere termijn blijft functioneren. Stabiliteit kan slaan op weerstand, herstelvermogen, veerkracht, soortensamenstelling, biomassa of productiviteit. Daarom moet altijd worden benoemd welk onderdeel en welke tijdschaal bedoeld zijn. Komt aan bod in Stabiliteit en veerkracht Verwante begrippen Weerstand herstelvermogen veerkracht
Sterfte # Kern Het verdwijnen van individuen uit een populatie doordat zij overlijden. Sterfte moet worden onderscheiden van emigratie. De oorzaken kunnen dichtheidsafhankelijk zijn, zoals ziekte of concurrentie, of grotendeels onafhankelijk van dichtheid, zoals een extreme vorstnacht. Komt aan bod in Geboorte, sterfte en verplaatsing Verwante begrippen Geboorte emigratie populatiedynamiek
Stikstof # Context Een essentieel element voor onder meer eiwitten, nucleïnezuren en chlorofyl. Planten nemen stikstof vooral op als nitraat of ammonium. Stikstof is vaak beperkend, maar overmatige aanvoer kan ecosystemen verrijken en soortensamenstellingen veranderen. Komt aan bod in Mineralen voor planten; Heterotrofen — voedsel als hulpbron Verwante begrippen Nutriënt fosfor C:N-verhouding
Successie # Kern De verandering van soortensamenstelling en ecosysteemstructuur door de tijd. Successie volgt geen overal vaststaand eindstadium. Vestiging, concurrentie, bodemontwikkeling, begrazing, verstoring en toeval bepalen samen welke soorten verschijnen en verdwijnen. Komt aan bod in Natuur is altijd in beweging Verwante begrippen Kolonisatie verstoring gemeenschap
Terugkoppeling # Kern Een proces waarbij een verandering gevolgen veroorzaakt die weer op de oorspronkelijke verandering terugwerken. Negatieve terugkoppelingen remmen verandering; positieve terugkoppelingen versterken haar. Terugkoppelingen zijn essentieel voor populatieregulatie, predator-prooicycli en ecosysteemomslagen. Komt aan bod in Prooi en predator in beweging; Helder en troebel water; Stabiliteit en veerkracht Verwante begrippen Positieve terugkoppeling negatieve terugkoppeling stabiliteit
Tolerantiecurve # Verdieping Een schema dat laat zien hoe het functioneren van een organisme verandert langs een omgevingsgradiënt. Tussen minimum en maximum ligt een bereik waarin overleving mogelijk is, met vaak een kleiner gebied voor optimale groei of voortplanting. Duur van blootstelling en andere factoren veranderen de curve. Komt aan bod in Wat een organisme nodig heeft — en wat het kan verdragen Verwante begrippen Optimum omstandigheid extremofiel
Top-downsturing # Verdieping Invloed die vanuit predatoren of hogere trofische niveaus omlaag door een voedselweb werkt. Een roofvis kan via kleinere vis en watervlooien uiteindelijk de hoeveelheid algen beïnvloeden. De sterkte hangt af van het hele web en van bottom-upfactoren. Komt aan bod in Wat bepaalt de verhoudingen in een ecosysteem?; Helder en troebel water Verwante begrippen Bottom-upsturing trofische cascade predator
Troebelwatertoestand # Verdieping Een toestand van ondiep water waarin veel zweefalgen of bodemdeeltjes het licht beperken. Weinig waterplanten, veel planktivore of bodemwoelende vis en hoge nutriëntenbeschikbaarheid kunnen deze toestand versterken. Troebelheid kan verschillende oorzaken hebben en is niet altijd alleen door algen bepaald. Komt aan bod in Helder en troebel water; Stabiliteit en veerkracht Verwante begrippen Helderwatertoestand eutrofiëring hysterese
Trofische cascade # Verdieping Een reeks indirecte effecten waarbij een verandering op één trofisch niveau doorwerkt naar andere niveaus. Meer roofvis kan bijvoorbeeld minder kleine vis, meer watervlooien en minder algen betekenen. Cascades zijn niet altijd sterk of volledig, omdat voedselwebben meerdere routes hebben. Komt aan bod in Het voedselweb; Wat bepaalt de verhoudingen in een ecosysteem?; Sleutelsoorten Verwante begrippen Top-downsturing voedselweb sleutelsoort
Trofisch niveau # Kern Een positie in een voedselweb op basis van de manier waarop energie wordt verkregen. Producenten vormen het eerste niveau, planteneters het volgende en predatoren hogere niveaus. In echte voedselwebben eten veel soorten op meerdere niveaus, waardoor de indeling een vereenvoudiging blijft. Komt aan bod in Het voedselweb; Wat bepaalt de verhoudingen in een ecosysteem? Verwante begrippen Producent consument voedselketen
Turgor # Context De druk van water in plantencellen tegen de celwand, die zachte weefsels stevigheid geeft. Bij watertekort daalt de turgor en verwelkt de plant. Herstel is mogelijk zolang de cellen en wateraanvoer niet blijvend beschadigd zijn. Komt aan bod in Water als hulpbron Verwante begrippen Permanent verwelkingspunt waterbalans huidmondje
Uitputtingszone # Verdieping Een zone rond een wortel of organisme waarin een hulpbron sneller wordt opgenomen dan aangevoerd. Water, nitraat of fosfaat kan lokaal schaarser worden. Overlap van uitputtingszones helpt verklaren hoe ondergrondse concurrentie ontstaat. Komt aan bod in Water als hulpbron; Mineralen voor planten Verwante begrippen Exploitatieconcurrentie wortel hulpbron
Veerkracht # Kern Het vermogen van een ecosysteem om verstoring op te vangen zonder zijn belangrijkste structuur en werking te verliezen. Veerkracht gaat vaak over de grootte van de verstoring die een systeem kan verdragen voordat het in een andere toestand terechtkomt. Het is niet hetzelfde als snel herstel na iedere verandering. Komt aan bod in Stabiliteit en veerkracht; Helder en troebel water Verwante begrippen Stabiliteit omslagpunt alternatieve stabiele toestand
Verstoring # Kern Een gebeurtenis die organismen verwijdert, hulpbronnen verandert of de structuur en werking van een systeem onderbreekt. Storm, brand, overstroming, droogte, maaien en bodemverstoring kunnen allemaal verstoringen zijn. Hun effect hangt af van intensiteit, duur, frequentie, schaal en geschiedenis. Komt aan bod in Natuur is altijd in beweging; Stabiliteit en veerkracht Verwante begrippen Successie weerstand herstel
Voedingsstof # Kern Een stof die een organisme nodig heeft als bouwstof of voor stofwisselingsprocessen. In plant- en waterteksten is voedingsstof de toegankelijke Nederlandse term; nutriënt is de vakterm. Voedsel is breder en bevat vaak zowel energie als meerdere voedingsstoffen. Komt aan bod in Mineralen voor planten; Heterotrofen — voedsel als hulpbron Verwante begrippen Nutriënt mineraal voedselkwaliteit
Voedselketen # Kern Een vereenvoudigde reeks waarin ieder organisme voedsel is voor de volgende schakel. Een voedselketen maakt één route zichtbaar, bijvoorbeeld alg → watervlo → vis. In werkelijkheid hebben organismen meerdere voedselbronnen en vijanden en vormen zij een voedselweb. Komt aan bod in Het voedselweb: meer dan een voedselketen Verwante begrippen Voedselweb trofisch niveau energiestroom
Voedselweb # Kern Het netwerk van voedselrelaties tussen producenten, consumenten, predatoren, parasieten en afbrekers. Een voedselweb omvat directe én indirecte effecten en ook het detrituspad. De sterkte en richting van relaties veranderen met seizoen, levensfase en omstandigheden. Komt aan bod in Het voedselweb: meer dan een voedselketen Verwante begrippen Voedselketen trofische cascade detritus
Voortplanting # Kern Het produceren van nakomelingen en daarmee het doorgeven van erfelijke informatie. Ecologisch succes wordt niet alleen gemeten aan overleving of groei, maar ook aan voortplanting. Omstandigheden die een organisme net kan overleven kunnen voortplanting al onmogelijk maken. Komt aan bod in Wat een organisme nodig heeft — en wat het kan verdragen; Geboorte, sterfte en verplaatsing Verwante begrippen Geboorte levensfase populatiegroei
Waterkolom # Context De verticale watermassa van oppervlak tot bodem in een meer, plas, rivier of zee. Licht, temperatuur, zuurstof, algen en voedingsstoffen kunnen sterk met diepte verschillen. Mening en gelaagdheid bepalen hoe stoffen en organismen zich door de waterkolom verplaatsen. Komt aan bod in Helder en troebel water; Wat is een ecosysteem? Verwante begrippen Gelaagdheid licht zuurstofloos
Weer # Kern De toestand van de atmosfeer op korte termijn, zoals temperatuur, wind, neerslag en bewolking van vandaag of deze week. Een enkele weersgebeurtenis kan individuen sterk beïnvloeden. Klimaat beschrijft hoe vaak en in welke variatie zulke omstandigheden over lange tijd voorkomen. Komt aan bod in Klimaat en biomen Verwante begrippen Klimaat verstoring omstandigheid
Weerstand # Kern De mate waarin een systeem tijdens een verstoring weinig verandert. Een systeem met hoge weerstand blijft tijdens droogte, storm of begrazing relatief gelijk. Het kan desondanks langzaam herstellen wanneer de verandering toch groot is. Komt aan bod in Stabiliteit en veerkracht Verwante begrippen Herstelvermogen stabiliteit verstoring
Zelfdunning # Verdieping Dichtheidsafhankelijke sterfte in een dicht plantenbestand doordat groeiende individuen steeds meer ruimte en hulpbronnen nodig hebben. Naarmate planten groter worden neemt de overlap in gebruik van licht, water, mineralen en ruimte toe. Een deel sterft, waardoor de overblijvende planten opnieuw meer hulpbronnen per individu beschikbaar krijgen. Komt aan bod in Concurrentie binnen één soort; Concurrentie om hulpbronnen Verwante begrippen Dichtheidsafhankelijkheid Scramble competition Biomassa
Zonplant # Context Een plant die is aangepast aan hoge lichtintensiteiten en veel licht kan omzetten in fotosynthese. Zonplanten hebben vaak dikkere bladeren, een hoger lichtverzadigingspunt en een hogere maximale fotosynthese, maar hebben meestal ook meer licht nodig om netto te groeien. Komt aan bod in Licht als hulpbron Verwante begrippen Schaduwplant lichtverzadigingspunt fotoinhibitie
Zuurgraad (pH) # Kern Een maat voor hoe zuur of basisch water, bodem of een andere oplossing is. pH beïnvloedt enzymen, celprocessen en de oplosbaarheid en beschikbaarheid van mineralen. Een verandering in pH kan daardoor zowel direct als via hulpbronnen doorwerken. Komt aan bod in Wat een organisme nodig heeft — en wat het kan verdragen; Mineralen voor planten Verwante begrippen Omstandigheid mineraal tolerantiecurve
Zuurstofloos (anoxisch) # Context Een toestand waarin geen vrij opgeloste zuurstof beschikbaar is. Zuurstofloos water of sediment verandert afbraak, nutriëntenkringlopen en de soorten die er kunnen leven. Het kan ontstaan wanneer zuurstofverbruik groter is dan aanvoer of productie. Komt aan bod in Helder en troebel water; Klimaat en biomen Verwante begrippen Afbraak waterkolom gelaagdheid